ECLI:NL:CRVB:2013:CA0104
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M. Greebe
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens ontbreken oorzakelijk verband zwangerschap en depressie
De zaak betreft het hoger beroep tegen de beëindiging van een Ziektewetuitkering per 15 juni 2009, waarbij betrokkene niet langer arbeidsongeschikt zou zijn als gevolg van zwangerschap of bevalling. De Raad heeft eerder een tussenuitspraak gedaan waarin het oorspronkelijke besluit wegens gebrek aan motivering werd vernietigd en appellant werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met voldoende onderbouwing.
Appellant heeft vervolgens een nieuw besluit genomen, ondersteund door een rapportage van een bezwaarverzekeringsarts die stelde dat de depressie en PTSS van betrokkene niet in een oorzakelijk verband staan met de zwangerschap en bevalling. Betrokkene voerde aan dat de bevalling oude trauma's had doen herleven en dat hormoonwisselingen een rol speelden.
De Raad beoordeelde de medische rapporten, waaronder die van psycholoog Postmus, en concludeerde dat de rapportage van 8 augustus 2012 onvoldoende was om het besluit te motiveren. Met de nadere rapportage van 21 maart 2013 werd echter voldoende onderbouwing gegeven dat de depressie multifactorieel is en niet direct veroorzaakt door zwangerschap of bevalling.
De Raad bevestigt dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand kunnen blijven en veroordeelt appellant in de proceskosten van betrokkene. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 15 mei 2013.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het besluit tot beëindiging van de ZW-uitkering blijven in stand na voldoende motivering met nadere rapportage.