ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9823
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens naderhand verkregen middelen uit woningverkoop
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB, waarbij het vermogen in haar woning werd meegenomen. Na verkoop van de woning kwam een overwaarde vrij, waarover het college terugvordering van bijstand heeft ingesteld. De rechtbank vernietigde het terugvorderingsbesluit wegens onjuiste grondslag, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep betwistte appellante de terugvordering, met name de grondslag en bevoegdheid van het college. De Raad oordeelde dat de terugvordering terecht is omdat de bijstand complementair is en middelen die later beschikbaar komen, kunnen leiden tot terugvordering van eerder verleende bijstand. De mededeling van de bewindvoerder over de overwaarde en schulden was voldoende onderbouwing.
De Raad verwierp het bezwaar dat het college van Amsterdam bevoegd zou zijn na verhuizing, omdat het college dat de bijstand toekende ook bevoegd is tot terugvordering. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van € 10.806,66 bijstand wegens overwaarde uit woningverkoop.