ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9781
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van vergoeding bezwaarkosten na kracht van gewijsde uitspraak
Appellant had eerder een beroep ingesteld tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Nieuwegein, waarbij de rechtbank deze besluiten vernietigde en het college veroordeelde tot schadevergoeding en proceskosten, maar geen vergoeding van bezwaarkosten toekende. Appellant diende daarna afzonderlijke verzoeken in voor vergoeding van bezwaarkosten op grond van artikel 7:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), welke door het college werden afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, stellende dat de Awb niet toelaat dat appellant opnieuw een verzoek om vergoeding van bezwaarkosten indient na een uitspraak met kracht van gewijsde. Appellant stelde in hoger beroep dat de Awb geen belemmeringen kent voor een dergelijk hernieuwd verzoek.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de eerdere uitspraak van de rechtbank, die geen veroordeling tot vergoeding van bezwaarkosten bevatte ondanks een tijdig verzoek, kracht van gewijsde heeft gekregen. Hierdoor was het college terecht geweigerd om de nieuwe verzoeken te honoreren. Tevens werd vastgesteld dat artikel 7:15 Awb Pro een exclusief kader vormt voor vergoeding van bezwaarkosten, waardoor een zelfstandig schadebesluit niet mogelijk is.
De Raad verwierp het hoger beroep en bevestigde de aangevallen uitspraak. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak wordt bevestigd, waarbij het verzoek om vergoeding van bezwaarkosten terecht is afgewezen.