ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9702
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet doorgegeven vermogen in onroerend goed
Appellante ontvangt sinds 1984 bijstand en heeft gedurende de periode van 1 juli 1997 tot 1 september 1999 bijstand ontvangen terwijl zij eigenaar was van een perceel grasland te Wierden. Het college heeft de bijstand herzien en teruggevorderd omdat appellante niet had doorgegeven dat zij over dit vermogen beschikte.
Appellante voerde aan dat het perceel met geld van haar broer was gekocht en dat het vermogen daarom niet tot haar eigen vermogen behoorde. Zij overlegde een verklaring en een schuldbekentenis, maar slaagde er niet in aannemelijk te maken dat het perceel niet tot haar vermogen behoorde of dat zij er niet over kon beschikken. De schuldbekentenis bevatte geen bindende terugbetalingsverplichting en de verkoop van het perceel aan haar broer vond pas in 2008 plaats.
De Raad oordeelt dat het perceel als vermogen van appellante moet worden beschouwd en dat zij niet had voldaan aan haar meldingsplicht. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Almelo wordt bevestigd. Er worden geen proceskosten aan appellante opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet doorgegeven vermogen in onroerend goed.