ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9479
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-woonadres op uitkeringsadres
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en werd verdacht van het niet hebben van zijn hoofdverblijf op het uitkeringsadres. Na een anonieme tip en een uitgebreid onderzoek door de sociale recherche stelde het college vast dat appellant niet daadwerkelijk woonde op het opgegeven adres.
De Raad baseert zich op het lage water- en energieverbruik, het ontbreken van huisvuilstortingen met de milieupas, en het geringe aantal pinopnames in de woonplaats. Getuigenverklaringen bevestigen dat appellant slechts kortstondig aanwezig was. De verklaringen van appellant over zuinig leven en alternatieve watergebruik werden niet aannemelijk geacht.
Het college trok de bijstand over meerdere periodes in en vorderde deze terug. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat appellant de wettelijke inlichtingenplicht heeft geschonden en dat niet kan worden vastgesteld of hij bijstandbehoevend was.
Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking en terugvordering van bijstand blijven in stand. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd omdat appellant niet zijn hoofdverblijf had op het uitkeringsadres.