ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9317
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking bijstand wegens schending medewerkingsverplichting en ondeugdelijke grondslag
Appellant ontving bijstand en stond ingeschreven op een uitkeringsadres, terwijl zijn ex-echtgenote op een ander adres stond ingeschreven. Het college vermoedde dat appellant bij zijn ex-echtgenote woonde en legde huisbezoeken af. Appellant weigerde medewerking aan een huisbezoek op zijn uitkeringsadres, waarna het college de bijstand introk vanaf 7 juli 2010 wegens schending van de medewerkingsverplichting.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat voor de periode van 7 tot 12 juli 2010 de schending van de medewerkingsverplichting terecht is vastgesteld. Voor de periode vanaf 13 juli 2010 is het besluit echter niet zorgvuldig voorbereid en berust het niet op een deugdelijke grondslag, omdat het college geen nader onderzoek heeft verricht naar de feitelijke woonsituatie.
De Raad vernietigt daarom het besluit voor het intrekken van de bijstand vanaf 13 juli 2010, herroept het besluit van 27 juli 2010 voor dat deel en treedt met zijn uitspraak in de plaats van het vernietigde gedeelte. Tevens wordt het college veroordeeld tot schadevergoeding en de kosten van appellant.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand vanaf 13 juli 2010 wordt vernietigd wegens ondeugdelijke grondslag en het college wordt veroordeeld tot schadevergoeding en kosten.