ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9185
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten van voer en stalling paard wegens onvoldoende medische noodzaak
Appellante vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van voer en stalling van het paard van haar dochter, die ADHD heeft en volgens een kinderarts baat zou hebben bij het paard als therapeutische ondersteuning.
Het college wees de aanvraag af en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat de kosten noodzakelijk waren vanwege de geestelijke handicap van haar dochter en dat bijzondere bijstand daarom moest worden toegekend.
De Raad oordeelde dat de medische noodzaak voor de kosten niet voldoende was aangetoond. De verklaring van de kinderarts en het psychodiagnostisch rapport ondersteunden niet dat de kosten noodzakelijk waren. Ook werd opgemerkt dat alternatieven, zoals een manege, beschikbaar zijn.
Verder wees de Raad het beroep op artikel 16 WWB Pro af, omdat appellante recht op bijstand heeft en die bepaling alleen geldt voor personen zonder recht op bijstand.
De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af, zonder proceskosten toe te kennen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van bijzondere bijstand voor de kosten van voer en stalling van het paard.