ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9179
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging voorbereidingstraject zelfstandigheid bij bijstand na negatief ondernemersadvies
Appellant ontving bijstand en kreeg toestemming om zich zes maanden voor te bereiden op zelfstandig ondernemerschap met behoud van bijstand en ontheffing van de sollicitatieplicht. Deze toestemming werd verleend onder de voorwaarde van begeleiding door de instantie Goede Zaken.
Goede Zaken bracht een rapport uit waarin geen positief advies werd gegeven over de ondernemersideeën van appellant. Op basis hiervan trok het college de eerder verleende toestemming in. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het college zich terecht op het advies van Goede Zaken heeft gebaseerd. Het advies was zorgvuldig tot stand gekomen, goed gemotiveerd en bevatte geen feitelijke onjuistheden. Het college mocht de toestemming tot voorbereiding op zelfstandig ondernemerschap daarom intrekken. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking van de toestemming voor het voorbereidingstraject zelfstandigheid wordt bevestigd.