ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9175
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing woonkostentoeslag wegens ontbreken zeer dringende redenen ondanks eerdere huursubsidie
De zaak betreft een hoger beroep tegen de afwijzing van een aanvraag voor woonkostentoeslag over de periode 1 juli 2002 tot 1 juli 2005. Betrokkene had eerder huursubsidie ontvangen, die later door het Ministerie van VROM werd teruggevorderd vanwege de verblijfsrechtelijke status van zijn inwonende zoon. De gemeente Rotterdam wees de aanvraag voor woonkostentoeslag af omdat geen bijzondere kosten waren aangetoond.
De rechtbank had het besluit vernietigd wegens onvoldoende onderzoek door de gemeente, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank ten onrechte de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand liet. De Raad stelt dat er geen recht op bijstand bestaat indien een voorliggende voorziening, hier huursubsidie, passend en toereikend was.
Er is geen sprake van zeer dringende redenen die bijstand alsnog rechtvaardigen, aangezien een acute noodsituatie ontbreekt. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat er geen ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan. De Raad vernietigt de eerdere uitspraak en bevestigt dat de afwijzing van de woonkostentoeslag rechtmatig is, en vernietigt het besluit van 27 december 2011 dat een nieuwe beslissing op bezwaar betrof.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor woonkostentoeslag wordt bevestigd wegens het ontbreken van zeer dringende redenen.