ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9128
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op WIA-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij geen recht had op een WIA-uitkering. Na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek concludeerde het UWV dat appellant niet voldoende beperkingen had om voor een uitkering in aanmerking te komen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd overwogen dat het medisch onderzoek juist en zorgvuldig was uitgevoerd.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren en bracht twee brieven van GGZ inGeest in, waarin hij stelde dat hij meer beperkingen had dan het UWV aannam. De Raad overwoog dat deze brieven reeds bekend waren bij het UWV en dat het medisch onderzoek zorgvuldig was verricht. Er was geen sprake van nieuwe medische informatie die tot een ander oordeel zou leiden.
De Raad bevestigde dat de functies waarop de beoordeling was gebaseerd passend waren voor appellant en dat de bezwaararbeidsdeskundige overtuigend had toegelicht waarom deze functies binnen zijn belastbaarheid vielen. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering na zorgvuldige beoordeling.