ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9123
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig buschauffeur, viel uit wegens neurologische klachten na een verkeersongeval. Het UWV stelde vast dat zijn arbeidsongeschiktheid per 22 maart 2010 minder dan 35% bedroeg, waardoor geen recht op WIA-uitkering bestond. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat zijn gehoorklachten en re-integratie-ervaringen onvoldoende waren meegewogen en dat de functies waarop de beoordeling was gebaseerd niet passend waren.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij verzekeringsartsen en neurologen geen objectief bewijs van ernstige beperkingen vonden. De Functionele Mogelijkhedenlijst werd met nuance aangepast, waarbij de hoorproblemen met hoorapparaten werden erkend. De bezwaararbeidsdeskundige beoordeelde de geschiktheid van functies passend bij het opleidingsniveau van appellant en concludeerde dat de beperkingen niet werden overschreden.
De Raad concludeerde dat het UWV terecht heeft vastgesteld dat appellant niet arbeidsongeschikt genoeg is voor een WIA-uitkering. Het hoger beroep werd afgewezen en de eerdere uitspraak van de rechtbank Utrecht werd bevestigd. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.