ECLI:NL:CRVB:2013:BZ7740
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ingangsdatum kinderbijslag en onderhoudsbijdrage voor kinderen in het buitenland
Appellant heeft kinderbijslag aangevraagd voor zijn drie kinderen die bij zijn echtgenote in Kaapverdië verblijven. De Sociale verzekeringsbank (Svb) kende de kinderbijslag toe vanaf het eerste kwartaal van 2009, omdat appellant vanaf oktober 2008 in Nederland werkte en als verzekerde werd aangemerkt.
Appellant stelde bezwaar in en vorderde kinderbijslag vanaf het eerste kwartaal van 2006. De Svb wees dit af omdat appellant niet als ingezetene werd beschouwd en onvoldoende bewijs leverde van onderhoudsbijdrage over de periode van het derde kwartaal 2007 tot en met het derde kwartaal 2008. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat sprake was van een bijzonder geval voor terugwerkende kracht, dat hij als ingezetene moest worden aangemerkt en dat de Svb de aanvullende stukken over het vierde kwartaal van 2008 niet had meegewogen. De Raad oordeelde dat geen bijzonder geval bestond, bevestigde het ontbreken van ingezetenschap over de genoemde periode en stelde vast dat appellant onvoldoende had aangetoond de vereiste onderhoudsbijdrage te hebben geleverd.
Wel werd geoordeeld dat appellant over het vierde kwartaal van 2008 voldoende aannemelijk had gemaakt dat hij aan de onderhoudsverplichting had voldaan, waardoor het bestreden besluit voor dat kwartaal onjuist was. De Raad vernietigde het besluit, handhaafde de rechtsgevolgen voor de overige perioden en veroordeelde de Svb in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van de Sociale verzekeringsbank wordt vernietigd voor het vierde kwartaal van 2008 en gehandhaafd voor de overige perioden; appellant wordt in proceskosten tegemoetgekomen.