ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6756
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- W.F. Claessens
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaren tegen intrekking en terugvordering bijstand wegens gebrek aan belanghebbende
Appellant en zijn echtgenote T ontvingen bijstand, waarbij het college de bijstand aan T introk per 1 januari 2008 wegens het niet verstrekken van gevraagde inlichtingen. Vervolgens vorderde het college de ten onrechte ontvangen bijstand terug. Appellant stelde bezwaren tegen deze besluiten, maar het college handhaafde deze besluiten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat hij en T recht hadden op bijstand over de periode en dat de intrekking en terugvordering onjuist waren. De Raad oordeelde echter dat appellant geen belanghebbende was bij het intrekkingsbesluit, omdat dit uitsluitend de bijstand van T betrof. Ook bij het terugvorderingsbesluit was appellant geen belanghebbende, aangezien dit alleen de kosten van T's bijstand betrof.
Daarom had het college de bezwaren van appellant niet-ontvankelijk moeten verklaren. De Raad vernietigde de uitspraak voor zover deze appellant betrof, verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het bestreden besluit. Tevens verklaarde de Raad de bezwaren van appellant niet-ontvankelijk en veroordeelde het college in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De bezwaren van appellant tegen het intrekkings- en terugvorderingsbesluit worden niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belanghebbende.