ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6199
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- J.Th. Wolleswinkel
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling functiewaardering en rangstoekenning adjudant-onderofficier bij defensie met schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
Appellant, adjudant-onderofficier bij de Koninklijke Landmacht, verzocht om een functiewaardering met rang van eerste luitenant of kapitein met terugwerkende kracht. De minister handhaafde echter de rang adjudant-onderofficier. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat de functiewaardering terughoudend moet worden getoetst en dat appellant geen feiten heeft aangevoerd die de waardering onhoudbaar maken. De minister heeft het beleid gehanteerd om een evenwichtige personeelsopbouw te waarborgen, waardoor appellant niet kon worden bevorderd tot eerste luitenant. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat collega’s in andere functies en omstandigheden zijn bevorderd.
Verder is vastgesteld dat de procedure ruim zes jaar langer duurde dan de redelijke termijn van vier jaar volgens artikel 6 EVRM Pro. Appellant heeft daardoor immateriële schade geleden, waarvoor een vergoeding van € 6.500,- wordt toegekend. De Raad vernietigt het bestreden besluit, laat de rechtsgevolgen in stand en veroordeelt de minister tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en een schadevergoeding van € 6.500,- toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.