ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6129
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.J.T. van den Corput
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering na medisch en arbeidsdeskundig onderzoek
Appellante, voormalig thuishulp, viel uit wegens klachten na een bromfietsongeval en vroeg een WIA-uitkering aan. Na medisch onderzoek door een verzekeringsarts en een bezwaarverzekeringsarts werden haar functionele beperkingen vastgesteld in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Op basis hiervan concludeerde het UWV dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg, waardoor geen recht op een WIA-uitkering bestond.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat haar schouder- en nekklachten onvoldoende waren meegewogen en dat er sprake was van een verminderde nekbeweeglijkheid op de datum in geschil. De Raad oordeelde echter dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij ook rekening was gehouden met eerdere klachten en een operatie. De bezwaarverzekeringsarts bevestigde dat de belastbaarheid niet was overschat en dat de FML correct was vastgesteld.
De Raad stelde vast dat de beperkingen van appellante in de voorgelegde functies niet werden overschreden en dat deze functies medisch geschikt waren. Omdat appellante geen aanvullende medische informatie overlegde die haar stellingen ondersteunde, werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat de beperkingen juist zijn vastgesteld en de functies medisch geschikt zijn.