ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6121
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens schending inlichtingenverplichting over woon- en leefsituatie
Appellant heeft op 21 december 2010 bij het UWV een aanvraag ingediend voor bijstand op grond van de WWB. Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem heeft naar aanleiding van deze aanvraag een nader onderzoek ingesteld, waarbij onder meer waarnemingen en een huisbezoek zijn verricht. Uit het onderzoek bleek dat de broer van appellant nog steeds op het adres van appellant stond ingeschreven en dat er aanwijzingen waren dat deze regelmatig aanwezig was, ondanks verklaringen van appellant dat hij zijn broer al weken niet had gezien.
Tijdens het huisbezoek op 1 februari 2011 werd vastgesteld dat de broer van appellant de woning verliet en dat er post aanwezig was die voor hem bestemd was. Appellant kon niet verklaren waarom deze post nog in de woning was, terwijl hij en zijn broer hadden verklaard dat de broer de post had opgehaald. Appellant bleef bij zijn verklaring dat hij zijn broer al weken niet had gezien, ondanks confrontatie met deze bevindingen.
De Raad concludeert dat appellant onduidelijkheid heeft gecreëerd en in stand gehouden over zijn woon- en leefsituatie, hetgeen een schending vormt van de inlichtingen- en medewerkingsverplichting zoals bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de WWB. Hierdoor kon het college niet vaststellen of appellant recht had op bijstand. De afwijzing van de aanvraag door het college en de eerdere uitspraak van de rechtbank worden daarom bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens schending van de inlichtingenverplichting over de woon- en leefsituatie.