ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6116
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering alleenstaande ouderkorting als inkomen bij bijstand
Appellante ontvangt sinds 2000 bijstand en kreeg in 2009 teruggaaf van alleenstaande ouderkorting over 2004 en 2005. Het college vorderde dit bedrag terug als onterecht ontvangen bijstand. Appellante voerde aan dat deze kortingen niet tot haar inkomen behoren en dat zij deze voor haar zoon ontving, maar de Raad oordeelde dat de kortingen wel degelijk tot haar inkomen behoren omdat zij over de middelen kon beschikken.
De Raad stelde vast dat het college bevoegd was tot terugvordering op grond van artikel 58 WWB Pro, omdat de bijstand aanvullend is en terugvordering mogelijk is zodra middelen beschikbaar komen. Het beroep op verjaring en het eigen beleid van het college faalde omdat er geen sprake was van een fout van het college bij de uitkering.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en de Raad bevestigde deze uitspraak. Tevens wees de Raad het verzoek tot vergoeding van schade af. De proceskosten werden niet toegewezen. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 2 april 2013.
Uitkomst: De terugvordering van de alleenstaande ouderkorting over 2004 en 2005 door het college wordt bevestigd en het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard.