ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5719
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewet-uitkering ondanks medische discussie over aneurysma
Appellante was parttime werkzaam als callcentermedewerkster en ontving een Ziektewet-uitkering wegens oorklachten en psychische klachten. De uitkering werd per 29 november 2010 beëindigd omdat zij toen weer geschikt werd geacht haar werk te verrichten. In bezwaar en beroep werd aangevoerd dat een aneurysma en mogelijke subarachnoïdale bloeding in maart 2011 haar arbeidsongeschikt maakten.
De rechtbank benoemde deskundigen, waaronder psychiater Kazemier en neurochirurg prof. dr. Peul. Kazemier concludeerde dat appellante met haar psychische beperkingen kon werken. Peul stelde dat het aneurysma en een mogelijke bloeding haar arbeidsongeschikt maakten, maar dit was niet gebaseerd op objectieve gegevens en hoofdpijnklachten waren niet eerder gemeld.
De bezwaarverzekeringsarts Admiraal betwistte de beperkingen en vond de medische onderbouwing onvoldoende. De Raad heeft Peul alsnog de rapportage van Admiraal voorgelegd, waarna Peul zijn standpunt handhaafde maar erkende dat het bewijs retrospectief niet te leveren is.
De Raad concludeert dat uit de stukken niet blijkt dat vóór maart 2011 ernstige hoofdpijn is gemeld en onderschrijft het oordeel van de rechtbank om het standpunt van Peul niet te volgen. Het hoger beroep wordt afgewezen en de beëindiging van de Ziektewet-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot beëindiging van de Ziektewet-uitkering per 29 november 2010.