ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5622
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toepassing schoolverlaterskorting bij inkomensvoorziening Wet investeren in jongeren
Appellante, die haar opleiding aan de Hotelschool Den Haag heeft afgerond en studiefinanciering ontving tot september 2010, vroeg een inkomensvoorziening aan op grond van de Wet investeren in jongeren (WIJ). Het college paste aanvankelijk een verlaging van 16% toe vanwege het ontbreken van woonkosten, maar wijzigde dit later in een verlaging van 25% volgens de schoolverlaterskorting.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze wijziging ongegrond en oordeelde dat de korting terecht was toegepast. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij geen schoolverlater was omdat zij haar opleiding had afgerond en dat bijzondere omstandigheden een afwijking rechtvaardigden. Ook stelde zij dat het college ten onrechte terugkwam op eerdere besluitvorming.
De Raad oordeelde dat de bepalingen ook van toepassing zijn op personen die hun opleiding hebben voltooid en dat de ratio van de korting ligt in de situatie van recent afgestudeerden die qua kosten vergelijkbaar zijn met studerenden. De aangevoerde bijzondere omstandigheden waren onvoldoende om van de korting af te wijken. Het college mocht terugkomen op het eerdere besluit zonder dat appellante daardoor onevenredig werd geschaad.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toepassing van de schoolverlaterskorting van 25% en wijst het beroep van appellante af.