ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4880
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting zelfstandige ondernemer
Appellant ontving bijstand en was sinds augustus 2008 als zelfstandige ondernemer ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en de Belastingdienst. Uit onderzoek bleek dat appellant inkomsten had uit de handel in oud ijzer die hij niet had gemeld bij het college, waarmee hij zijn inlichtingenverplichting schond.
Het college trok de bijstand over de periode van augustus 2008 tot mei 2010 in en vorderde de kosten terug. Appellant leverde wel facturen en een handgeschreven overzicht aan, maar hield geen volledige en controleerbare administratie bij. Hierdoor kon het college het recht op bijstand niet vaststellen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat appellant de schending van de inlichtingenverplichting niet kon ontkennen en dat het college terecht de bijstand introk en terugvorderde. Er waren geen dringende redenen om af te zien van terugvordering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting door appellant.