ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4650
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.J.M. Heijs
- J.F. Bandringa
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht handel oud ijzer
Appellant en zijn echtgenote ontvingen bijstand sinds 2003. Het college legde in 2004 een boete op wegens het niet melden van activiteiten als handelaar in oud ijzer. Na een onderzoek in 2009, naar aanleiding van een anonieme tip, concludeerde het college dat appellant inkomsten uit die handel verzweeg. Dit leidde tot intrekking van de bijstand en terugvordering van €86.788,56 over de periode 2004-2009.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze beslissing ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat de omvang van zijn activiteiten gering was en dat het college rekening had moeten houden met de mate en ouderdom van de schending. De Raad oordeelde dat appellant zijn stellingen niet onderbouwde met concrete en verifieerbare gegevens, waardoor niet kon worden vastgesteld of recht op aanvullende bijstand bestond.
Voorts wees de Raad het beroep af dat het college wegens dringende redenen geheel of gedeeltelijk van terugvordering had moeten afzien. Hoewel appellant een psychische aandoening aantoonde, was dit onvoldoende om onaanvaardbare financiële of sociale consequenties aan te nemen. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenplicht.