ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4075
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- M.C. Bruning
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van toetsingsinkomen en beëindiging studiefinanciering bij overschrijding bijverdiengrens
Betrokkene was in 2008 studerende en had recht op studiefinanciering in de vorm van een basisprestatiebeurs en een OV-studentenkaart. Vanaf mei 2008 was er alleen nog recht op een lening. Betrokkene was tot 5 december 2008 in het bezit van een OV-studentenkaart en had vanaf september 2008 een nullening. De rechtbank had geoordeeld dat betrokkene met het inleveren van de OV-kaart op 5 december 2008 tijdig zijn reisrecht had beëindigd en daarmee ook zijn aanspraak op studiefinanciering, waardoor het toetsingsinkomen over januari tot en met november 2008 moest worden berekend.
De appellant (Minister) stelde dat betrokkene al in november 2008 de bijverdiengrens had overschreden en dat het toetsingsinkomen over januari tot en met december 2008 moest worden meegenomen. De Centrale Raad oordeelde dat de rechtbank een te ruime interpretatie van artikel 3.27 Wsf 2000 had gegeven en dat het onderscheid tussen beëindiging van studiefinanciering en het inleveren van het reisrecht duidelijk moet worden gemaakt.
De Raad bevestigde dat betrokkene het gehele jaar 2008 studerende was en dat het beleid van de appellant, waarbij bij een nullening en tijdige inlevering van de OV-kaart in november de maand november niet tot het studiefinancieringstijdvak wordt gerekend, consistent is toegepast. Het beroep van betrokkene werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.