ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3718
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening wegens ontbreken subjectieve dringende reden voor ontslag
Verzoeker was in vaste dienst bij het Ministerie van Financiën en werd ontslagen wegens zeer ernstig plichtsverzuim, waaronder onjuiste belastingaangiftes. Het UWV weigerde daarop de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid. De voorzieningenrechter van de rechtbank vernietigde dit besluit omdat de werkgever niet onverwijld tot ontslag overging, waardoor de subjectieve dringende reden ontbrak.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. Hoewel de gedragingen van verzoeker objectief ernstig genoeg waren voor ontslag, heeft de werkgever ruim negen maanden gewacht met het ontslagbesluit nadat de feiten bekend waren. Dit tijdsverloop toont aan dat het ontslag niet met de vereiste spoed is doorgevoerd.
De Raad wijst daarom het verzoek om voorlopige voorziening toe en beveelt het UWV aan om een voorschot van € 1.200 netto per vier weken te betalen aan verzoeker vanaf februari 2013 totdat het hoger beroep is beslist. Dit bedrag houdt rekening met de financiële positie van verzoeker en de mogelijke terugbetaling als het hoger beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en het UWV moet een voorschot van € 1.200 netto per vier weken betalen totdat het hoger beroep is beslist.