ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3688
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- A.M. Overbeeke
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onrechtmatig huisbezoek en onvoldoende bewijs gezamenlijke huishouding
Betrokkene vroeg als alleenstaande bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Appellant, het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, voerde een onderzoek uit naar de woon- en leefsituatie van betrokkene, waaronder een huisbezoek zonder redelijke grond en zonder volledige informatie vooraf (informed consent). Tijdens het huisbezoek werd betrokkene's kamer betreden zonder toestemming, wat een inbreuk op het huisrecht vormde.
De Raad oordeelde dat het enkele feit dat betrokkene geen bewijs van onderhuur en huurbetaling kon overleggen onvoldoende was voor een huisbezoek. Minder belastende middelen, zoals een gesprek op het kantoor van de sociale dienst, hadden eerst moeten worden ingezet. Tevens ontbrak het aan volledige en juiste informatie over het doel van het huisbezoek en de gevolgen van weigering van toestemming.
Het onrechtmatig verkregen bewijs, waaronder het formulier gezamenlijke huishouding dat in de huiskamer werd ingevuld, mocht niet worden gebruikt. De bevindingen die wel mochten worden betrokken, boden onvoldoende grond voor het aannemen van een gezamenlijke huishouding. De Raad bevestigde daarmee het eerdere oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep van appellant af.
Appellant werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van betrokkene. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 5 maart 2013.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt afgewezen en het besluit tot afwijzing van de bijstandsaanvraag blijft vernietigd wegens onrechtmatig bewijs.