ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1797
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WW-uitkering wegens loondoorbetalingsverplichting bij onwerkbaar weer
Appellanten, werkzaam als monteurs, vroegen in januari 2011 een WW-uitkering aan wegens onwerkbaar weer in december 2010. Het UWV wees deze aanvragen af omdat zij niet werkloos waren volgens artikel 16 WW Pro, aangezien de werkgever het loon doorbetaalde.
De rechtbank Roermond verklaarde het bezwaar van appellanten ongegrond en bevestigde dat het winterweer een normaal bedrijfsrisico is waarvoor de werkgever moet betalen. Het sectorbeleid voor uitkeringen bij buitengewone weersomstandigheden was per 1 april 2009 ingetrokken en gold niet meer voor de periode in kwestie.
In hoger beroep voerden appellanten aan dat de werkgever zich niet bij een cao kon aansluiten en dat aangesloten werkgevers wel direct WW-uitkeringen ontvingen, wat oneerlijke concurrentie zou veroorzaken. De Raad verwierp dit en oordeelde dat betaling van premie geen recht op uitkering geeft zonder dat aan alle wettelijke vereisten is voldaan.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard omdat de werkgever het loon doorbetaalde en geen werkloosheid ontstond.