ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1754
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- A.I. van der Kris
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op WIA-uitkering wegens voldoende geschiktheid voor maatmanfunctie
Appellant, werkzaam als medewerker in een fastfoodrestaurant, viel uit wegens knieklachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde vast dat appellant arbeidsongeschikt was voor zijn oorspronkelijke functie, maar dat hij geschikt was voor een maatmanfunctie op basis van theoretische arbeidsmogelijkheden in het CBBS. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
De medische onderzoeken door verzekeringsartsen en bezwaarverzekeringsarts toonden aan dat de klachten van appellant redelijk overeenkomen met de onderzoeksbevindingen, maar dat er geen medische noodzaak was voor een urenbeperking. De arbeidsdeskundige rapporten bevestigden dat appellant geschikt is voor functies waarvoor hij is beoordeeld, waaronder functies met stressbestendigheid en klantcontact.
Appellant voerde aan dat zijn psoriasis en vermoeidheid onvoldoende werden meegewogen en dat hij niet geschikt zou zijn voor bepaalde functies, maar deze bezwaren werden door de Raad verworpen. Er was geen sprake van een dermate ernstige huidaandoening die werkhervatting zou verhinderen. De Raad concludeert dat appellant terecht geschikt is geacht voor de maatmanfunctie en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat hij geschikt is voor de maatmanfunctie.