ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1591
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens hennepkwekerij zonder melding
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). In haar woning werd een hennepkwekerij aangetroffen met 270 planten en 174 gram gedroogde hennep. Het college trok de bijstand vanaf 16 december 2009 in en vorderde de kosten terug, omdat appellante de kwekerij en de daaruit verkregen inkomsten niet had gemeld, wat een schending van haar inlichtingenverplichting opleverde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat zij geen inkomsten had uit de kwekerij en dat de kwekerij zonder haar toestemming door haar ex-man was geëxploiteerd. De Raad oordeelde dat het feit dat de kwekerij in haar woning was, de veronderstelling rechtvaardigt dat zij (mede) eigenaar was en dat zij de exploitatie had moeten melden. Zij heeft onvoldoende inzicht gegeven in haar inkomsten en vermogen, waardoor het college het recht op bijstand niet kon vaststellen.
De Raad verwierp ook het verweer van overmacht wegens bedreigingen en het beroep op het sepot in de strafzaak, omdat de bestuursrechter niet gebonden is aan strafrechtelijke beslissingen. De Raad bevestigde het besluit tot intrekking en terugvordering van de bijstand over de periode van 16 december 2009 tot 1 oktober 2010 en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens het niet melden van een hennepkwekerij in de woning van appellante wordt bevestigd.