ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1523
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens niet tijdig overleggen administratie
Appellant ontving bijstand op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) over de periode van 10 augustus 2007 tot en met 31 mei 2008. De bijstand werd verstrekt als renteloze lening in afwachting van definitieve vaststelling na het boekjaar.
Het dagelijks bestuur van de ISD Noordoost vorderde bij besluit van 29 april 2010 de bijstand over de periode 1 januari 2008 tot en met 31 mei 2008 terug omdat appellant niet tijdig de jaarstukken had ingediend, wat een verplichting is volgens artikel 38, tweede lid, onder b, van het Bbz 2004. De rechtbank Groningen verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het dagelijks bestuur op grond van artikel 47 in Pro verbinding met artikel 44 Bbz Pro 2004 verplicht was terug te vorderen.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat er wel dringende redenen waren om van terugvordering af te zien, onder meer vanwege zijn financiële situatie en het feit dat zijn toenmalige echtgenote niet was aangesproken. De Raad verwierp deze gronden, oordeelde dat beide hoofdelijk aansprakelijk zijn en dat de financiële problemen niet door de terugvordering in kwestie werden veroorzaakt.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand wegens niet tijdig overleggen van de administratie en wijst het hoger beroep af.