ECLI:NL:CRVB:2013:BZ0249
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak wegens ontbreken beslissing op bezwaar in zaak opvang en leefgeld
Appellante verzocht op 9 juli 2012 om opvang en leef- en reisgeld op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Wet werk en bijstand (WWB). Gedaagden wezen dit verzoek bij besluit van 20 juli 2012 af. Appellante maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening bij de rechtbank. Gedaagden namen echter geen beslissing op het bezwaar.
De voorzieningenrechter van de rechtbank Breda verklaarde het beroep tegen het besluit van 20 juli 2012 ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep constateerde dat de voorzieningenrechter niet bevoegd was om in de hoofdzaak uitspraak te doen omdat er geen beroep was ingesteld tijdens de voorlopige voorziening. Hierdoor is de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigbaar wegens strijd met artikel 8:86, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad bepaalt dat gedaagden binnen vier weken na ontvangst van deze uitspraak alsnog een beslissing moeten nemen op het bezwaar van appellante. Daarnaast veroordeelt de Raad gedaagden in de proceskosten van appellante en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed. De uitspraak is gedaan door H.J. de Mooij, in aanwezigheid van griffier M. Zwart, en uitgesproken op 30 januari 2013.
Uitkomst: De uitspraak van de voorzieningenrechter wordt vernietigd en gedaagden moeten binnen vier weken een beslissing nemen op het bezwaar van appellante.