ECLI:NL:CRVB:2012:BY7574
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak voorzieningenrechter wegens onbevoegdheid en oplegging termijn voor beslissing bezwaar Wmo en WWB
Appellante verzocht op 5 juli 2012 om opvang en leef- en reisgeld op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van Breda wees dit verzoek bij besluit van 20 juli 2012 af. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg een voorlopige voorziening bij de rechtbank. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep tegen het besluit ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep constateert dat tijdens de behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening geen beroep was ingesteld, waardoor de voorzieningenrechter op grond van artikel 8:86, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet bevoegd was om in de hoofdzaak uitspraak te doen. Daarom vernietigt de Raad de uitspraak van de voorzieningenrechter voor zover aangevochten.
De Raad bepaalt dat het college binnen vier weken na ontvangst van deze uitspraak een beslissing moet nemen op het bezwaar van appellante tegen het besluit van 20 juli 2012. Tevens veroordeelt de Raad het college in de proceskosten van appellante en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak van de voorzieningenrechter en legt het college een termijn van vier weken op om te beslissen op het bezwaar van appellante.