ECLI:NL:CRVB:2013:BZ0124
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens zonder toestemming verlaten werkplek tijdens re-integratietraject
Appellant ontving bijstand en werkte via een uitzendbureau bij een werkgever aan een lopende band. Op zijn eerste werkdag verliet hij zonder toestemming zijn werkplek tijdens een storing om te roken, waarna de werkgever de samenwerking direct beëindigde.
Het college legde appellant een maatregel op waarbij de bijstand met 100% werd verlaagd voor één maand, omdat hij door eigen toedoen algemeen geaccepteerde arbeid niet had behouden. Appellant voerde aan dat hij nooit een aanbod had gekregen om de rookpauze in te halen, maar dit werd verworpen omdat het college ook het zonder toestemming verlaten van de werkplek als grondslag gebruikte.
De Raad oordeelde dat het gedrag van appellant volledig aan hem te verwijten was, mede gezien eerdere waarschuwingen en de aard van het werk. De opgelegde verlaging was in overeenstemming met de Afstemmingsverordening en er waren geen gronden om de maatregel te matigen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen. De uitspraak bevestigt dat het college terecht de bijstand heeft verlaagd vanwege het verwijtbare gedrag van appellant.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de bijstand met 100% voor één maand wegens zonder toestemming verlaten van de werkplek.