ECLI:NL:CRVB:2013:BZ0047
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onterecht ontvangen bijstand na intrekking wegens gezamenlijke huishouding
Appellant ontving bijstand sinds december 2008, maar het college trok deze bijstand in mei 2011 in vanwege het niet melden van een gezamenlijke huishouding op een ander adres binnen de gemeente. Hiertegen werd geen rechtsmiddel ingesteld, waardoor het besluit onherroepelijk werd.
Vervolgens vorderde het college de ten onrechte ontvangen bijstandskosten terug, wat appellant betwistte vanwege de financiële gevolgen en zijn persoonlijke omstandigheden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd gesteld dat het intrekkingsbesluit onherroepelijk was en de inhoudelijke toetsing van de gezamenlijke huishouding niet aan de orde was.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad stelde dat de grondslag van het intrekkingsbesluit niet opnieuw kan worden beoordeeld, en dat het college bevoegd was de kosten terug te vorderen. De bezwaren van appellant tegen de terugvordering waren onvoldoende om het besluit onredelijk te achten.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van ten onrechte ontvangen bijstand na onherroepelijke intrekking.