ECLI:NL:CRVB:2013:BY9996
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ziekengeld wegens geschiktheid voor eigen werk na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante, werkzaam als tuinbouwmedewerkster, meldde zich ziek wegens fysieke klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Verzekeringsartsen concludeerden na onderzoek dat zij geen objectiveerbare beperkingen had en geschikt was voor haar eigen arbeid. Het UWV beëindigde daarom het ziekengeld per 30 augustus 2010.
Appellante maakte bezwaar en het bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat voldoende informatie over de aard van het werk beschikbaar was. Appellante stelde in hoger beroep dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat de beschrijving van haar werk onvolledig was.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht terugkwam op het eerdere besluit en een nieuw besluit nam waarbij het bezwaar deels werd gegrond verklaard, maar dat appellante vanaf 29 september 2010 arbeidsgeschikt werd geacht. Er was geen nieuwe medische informatie die het oordeel van de verzekeringsartsen onderbouwde. De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en bevestigde de beëindiging van het ziekengeld. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het besluit tot beëindiging van het ziekengeld wordt ongegrond verklaard.