ECLI:NL:CRVB:2013:BY9395
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over kosten medisch advies en inburgeringsplicht
Appellant, een Tunesische nationaliteitdragende inwoner van Nederland sinds 1990, stelde in het kader van de Wet inburgering (Wi) dat hij wegens medische omstandigheden niet in staat was het inburgeringsexamen te behalen. Een onafhankelijke GGD-arts adviseerde het college dat appellant wel in staat was het examen binnen vijf jaar te halen en de voorbereidende cursus te volgen.
Het college besloot op 7 oktober 2008 onder meer dat de kosten van het medisch advies van € 273,64 op de bijstandsuitkering van appellant in mindering zouden worden gebracht. Appellant stelde dat dit onterecht was en dat hij ontheffing van de inburgeringsplicht op medische gronden verdiende. De rechtbank verklaarde zijn beroep ongegrond.
In hoger beroep oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat het college zich terecht op het advies van de onafhankelijke arts mocht baseren en dat appellant onvoldoende had weersproken dat hij het examen binnen vijf jaar kon behalen. Wel stelde de Raad vast dat de wet geen grondslag biedt om de kosten van het medisch advies bij appellant in rekening te brengen. Daarom werd het besluit vernietigd voor zover het de kosten betreft.
Daarnaast veroordeelde de Raad het college tot vergoeding van schade wegens overschrijding van de redelijke termijn en tot betaling van proceskosten. De eigen bijdrage voor de inburgeringsvoorziening werd bevestigd als verschuldigd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 23 januari 2013.
Uitkomst: Het college wordt veroordeeld de kosten van het medisch advies niet bij appellant in rekening te brengen en tot vergoeding van schade en proceskosten.