ECLI:NL:CRVB:2013:BY9367
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.Th. Wolleswinkel
- B.J. van de Griend
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- Rechtspraak.nl
Geen herleving van bovenwettelijke aansluitende uitkering voor gedeeltelijk arbeidsgeschikte
Appellant, werkzaam in het onderwijs, ontving een loongerelateerde WW-uitkering en een bovenwettelijke aansluitende uitkering. Na beëindiging van zijn WW-uitkering wegens ziekte en het verkrijgen van een gedeeltelijke WGA-uitkering, verzocht hij om herleving van de bovenwettelijke uitkering.
Het Uwv en de minister wezen dit verzoek af omdat de toekenning van een WGA-uitkering herleving van de aansluitende uitkering uitsluit, conform de geldende regelgeving in het BBWO, WW en Wet WIA. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en verwierp ook het beroep op het sociaal plan en de hardheidsclausule.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en benadrukt dat de prikkelstructuur van de Wet WIA, die werkhervatting stimuleert, wordt doorkruist door een bovenwettelijke aanvulling voor gedeeltelijk arbeidsgeschikten. De Raad oordeelt dat er een objectieve en redelijke rechtvaardigingsgrond is voor het onderscheid tussen gedeeltelijk arbeidsgeschikten en niet-arbeidsongeschikte werklozen.
Het hoger beroep wordt afgewezen en er is geen aanleiding voor een schadevergoeding of proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van herleving van de bovenwettelijke aansluitende uitkering bevestigd.