ECLI:NL:CRVB:2013:BY9353
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging inkomenseis bij WIA-uitkering ondanks psychische beperkingen appellant
Appellant, geboren in 1957, ontving sinds 2006 een loongerelateerde WGA-uitkering op grond van de Wet WIA, met een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na herbeoordeling in 2009 concludeerde een verzekeringsarts dat appellant preventief urenbeperkingen nodig had, maar niet langer onder intensief toezicht behoefde te werken. Op basis van een Functionele Mogelijkhedenlijst selecteerde een arbeidsdeskundige passende functies en berekende een resterende verdiencapaciteit van €5,27 per uur, oftewel €822,37 per maand, met een verlies aan verdiencapaciteit van 54,45%.
Het UWV stelde een inkomenseis van €411,19 per maand (50% van de resterende verdiencapaciteit) per 11 november 2009. Appellant maakte bezwaar tegen deze inkomenseis, stellende dat hij psychisch niet zelfredzaam is, onder bewind staat, in een woonvoorziening woont en nooit gangbare arbeid heeft verricht. Hij betwistte de geschiktheid van de geselecteerde functies en verwees naar het re-integratiebeleid dat geen activiteiten voorschreef.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat de functionele mogelijkheden juist waren vastgesteld en dat de geselecteerde functies passend waren, rekening houdend met zijn beperkingen. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was verricht, dat de berekening van de verdiencapaciteit juist was en dat het UWV verplicht was een inkomenseis te stellen. De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de inkomenseis van €411,19 per maand.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzitter C.P.J. Goorden en leden B.M. van Dun en J. Riphagen op 23 januari 2013.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht een inkomenseis van €411,19 per maand heeft gesteld aan appellant.