ECLI:NL:CRVB:2013:BY9348
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering op grond van laatstelijk verrichte arbeid
Appellant meldde zich ziek met rugklachten tijdens een werkloosheidsuitkering en vroeg een Ziektewetuitkering aan. Het UWV weigerde deze uitkering omdat appellant volgens een verzekeringsarts geschikt was voor zijn laatstelijk verrichte arbeid als paneelbouwer/bedradingsmonteur.
In bezwaar werd appellant opnieuw medisch en arbeidskundig onderzocht. De bezwaararbeidsdeskundige concludeerde dat appellant niet werkzaam was als werkvoorbereider, maar als paneelbouwer/bedradingsmonteur, en dat deze functie als maatstaf arbeid moest gelden. De bezwaarverzekeringsarts vond appellant geschikt voor deze arbeid.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV zorgvuldig had gehandeld. In hoger beroep stelde appellant dat zijn functie als werkvoorbereider als maatstaf arbeid moest gelden, maar de Raad verwierp dit op grond van vaste rechtspraak dat de laatstelijk verrichte arbeid bepalend is.
De Raad vond geen bijzondere omstandigheden om hiervan af te wijken. Ook het beroep op een medisch rapport van een andere arts overtuigde niet. De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewetuitkering omdat appellant geschikt is voor zijn laatstelijk verrichte arbeid als paneelbouwer/bedradingsmonteur.