ECLI:NL:CRVB:2013:BY9331
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing Wajong-uitkering wegens verkeerde ingezetenenstatus
Appellant, geboren in 1988, kwam in 2000 vanuit Iran naar Nederland en verbleef sindsdien onafgebroken in Nederland. Hij vroeg een Wajong-uitkering aan, die door het UWV werd afgewezen omdat werd aangenomen dat hij pas vanaf 2007 als ingezetene kon worden beschouwd en dat hij op dat moment volledig arbeidsongeschikt was.
De Raad stelde vast dat appellant al vóór 2006 een duurzame persoonlijke band met Nederland had en daarom al vóór dat jaar als ingezetene moest worden aangemerkt. Medische rapporten toonden aan dat appellant tot en met 2006 nog lichte arbeid kon verrichten, waardoor niet voldaan was aan de voorwaarde van volledige arbeidsongeschiktheid op het moment van ingezetenschap.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit op bezwaar moet nemen, rekening houdend met de juiste feitelijke en juridische omstandigheden. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV dient een nieuw besluit op bezwaar te nemen.