ECLI:NL:CRVB:2013:BY8919
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.J.M. Heijs
- W.F. Claessens
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit terugvordering bijstand wegens onvoldoende feitelijke grondslag gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand en het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen vorderde terugbetaling van kosten van bijstand, stellende dat appellante en S een gezamenlijke huishouding voerden. Dit werd gebaseerd op anonieme meldingen, dossieronderzoek en getuigenverklaringen.
De rechtbank had het besluit van het college grotendeels bevestigd, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat voor de periode van 1 mei 2001 tot en met 31 juli 2006 onvoldoende feitelijke grondslag bestaat om te concluderen dat appellante en S een gezamenlijke huishouding voerden. De verklaringen van getuigen zijn onvoldoende concreet en tegenstrijdig, en het waterverbruik op het adres van S ondersteunt de conclusie niet.
De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank voor dit deel en draagt het college op een nieuw besluit te nemen over de terugvordering over de periode van 25 oktober 1998 tot 1 mei 2001. Tevens veroordeelt de Raad het college in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot terugvordering van bijstand over de periode 1 mei 2001 tot 31 juli 2006 wordt vernietigd wegens onvoldoende feitelijke grondslag.