ECLI:NL:CRVB:2013:BY8764
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- W.F. Claessens
- H.D. Stout
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens ontbreken zeer dringende reden tijdens verblijf in Spanje
Appellant verbleef langdurig in Spanje voor medische behandeling en verzocht om voortzetting van bijstand op grond van artikel 16, lid 1, van de WWB. Het college had de bijstand ingetrokken omdat appellant niet voldeed aan de voorwaarden voor bijstand tijdens verblijf in het buitenland volgens de Werkvoorschriften WWB.
De rechtbank had het besluit van het college deels vernietigd voor de eerste vier weken van het verblijf in Spanje, maar liet het intrekkingsbesluit voor de periode daarna in stand. Appellant stelde in hoger beroep dat er sprake was van een acute noodsituatie en dat het college hem onterecht bijstand had onthouden, waardoor hij in schrijnende omstandigheden verkeerde.
De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij in de beoordelingsperiode in Spanje in behoeftige omstandigheden verkeerde en dat zijn medische behandeling aldaar uitgebreid was. Ook was niet gebleken dat bijstandverlening volstrekt onvermijdelijk was. De Raad concludeerde dat appellant niet voldeed aan de voorwaarden voor bijstand tijdens verblijf in het buitenland en dat er geen bijzondere omstandigheden waren om hiervan af te wijken.
Daarmee werd het hoger beroep van appellant ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het intrekkingsbesluit van bijstand wordt bevestigd.