ECLI:NL:CRVB:2013:BY8677
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB als alleenstaande. Na een anonieme tip verrichtte het college onderzoek, waaronder dossieronderzoek, cameraobservaties en getuigenverhoren, waaruit bleek dat appellanten een gezamenlijke huishouding voerden. Het college trok de bijstand in en vorderde de kosten terug van appellante en mede van appellant.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellanten ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dat appellanten gedurende de periode in geding hun hoofdverblijf gezamenlijk hadden in de woning van appellante en dat sprake was van wederzijdse verzorging. De verklaringen van appellante en appellant, getuigenverklaringen en observaties ondersteunen dit.
Appellante heeft de inlichtingenverplichting geschonden door het niet melden van de gezamenlijke huishouding, waardoor het college bevoegd was de bijstand in te trekken en terug te vorderen. Ook de medeterugvordering van appellant is gegrond, omdat zijn middelen bij de bijstandverlening in aanmerking moesten worden genomen. Er zijn geen dringende redenen om van het terugvorderingsbeleid af te wijken.
De Raad bevestigt de eerdere uitspraak en wijst de beroepen af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstand aan appellante en de medeterugvordering van appellant worden bevestigd.