ECLI:NL:CRVB:2013:BY8624
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.J.T. van den Corput
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen afwijzing ZW-uitkering wegens te late indiening
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV van 17 februari 2011 waarin werd vastgesteld dat hij geen recht had op een ziekengelduitkering. Dit bezwaar werd door het UWV niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat was ingediend en er geen bijzondere omstandigheden waren die dit konden rechtvaardigen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant, ondanks zijn gezondheidssituatie, tijdig derden had kunnen inschakelen om het bezwaar namens hem in te dienen. Het te laat indienen van het bezwaar kwam voor zijn eigen rekening en risico.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn zus niet betrokken was bij het opstellen van het bezwaarschrift en dat hij door ernstig letsel niet zelf tijdig bezwaar kon maken. Medische stukken bevestigden zijn opname in het ziekenhuis wegens een instabiele wervelfractuur.
De Raad overwoog dat de termijn voor het indienen van bezwaar was verstreken en dat artikel 6:11 Awb Pro bepaalt dat niet-ontvankelijkheid achterwege blijft indien niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Echter, ook als appellant zelf niet kon indienen, had hij derden kunnen inschakelen. Het te laat indienen kwam voor zijn risico en het UWV had zijn gezondheidssituatie niet miskend.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het besluit tot afwijzing van de ZW-uitkering is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verschoonbare omstandigheden.