ECLI:NL:CRVB:2013:BY8605
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.T. van den Corput
- A.I. van der Kris
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag
Appellante, die sinds 1995 een WAO-uitkering ontving wegens psychische problematiek en rugklachten, meldde zich op 10 maart 2010 ziek vanwege toegenomen psychische klachten. Het UWV weigerde haar per 7 april 2010 een WAO-uitkering toe te kennen, omdat haar beperkingen niet waren toegenomen ten opzichte van oktober 2005. Dit besluit werd gehandhaafd na bezwaar en door de rechtbank Middelburg ongegrond verklaard.
In hoger beroep betoogde appellante dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat haar beperkingen niet waren toegenomen, mede op basis van verklaringen van haar psycholoog waaruit bleek dat haar psychische klachten nog steeds aanwezig waren. De Raad beoordeelde dat het UWV en de rechtbank niet voldoende rekening hadden gehouden met medische informatie die een voortgaande psychische kwetsbaarheid en terugval aantoonde.
De Raad constateerde dat het bestreden besluit niet op een deugdelijke medische grondslag is gebaseerd, mede omdat de verzekeringsarts niet alle relevante informatie had betrokken en een andere verzekeringsarts na de ziekmelding nog arbeidsongeschiktheid had vastgesteld. Daarom draagt de Raad het UWV op om binnen zes weken het gebrek te herstellen of een nieuw besluit te nemen.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het gebrek in het bestreden besluit te herstellen of een ander besluit te nemen binnen zes weken.