ECLI:NL:CRVB:2013:BY8330
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van de Ham
- J.P.M. Zeijen
- A.M. Overbeeke
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens onroerend goed bezit
Appellant ontving sinds 2005 bijstand, maar meldde niet dat hij eigenaar was van onroerend goed in Marokko. Het college startte een onderzoek, waaruit bleek dat appellant eigenaar was van een pand met een waarde van circa €58.878,29. Op basis hiervan trok het college de bijstand in en vorderde het de ontvangen bedragen terug.
De rechtbank vernietigde deze besluiten omdat het college een te hoge waarde van het onroerend goed hanteerde. Het college nam daarop nieuwe besluiten, waarbij de waarde werd aangepast. Appellant voerde aan dat hij niet de enige eigenaar was en dat het pand een familiehuis betrof, maar slaagde er niet in dit aannemelijk te maken.
De Raad concludeerde dat appellant redelijkerwijs over het onroerend goed kon beschikken en dat de verklaringen van appellant en getuigen onvoldoende waren om dit te weerleggen. Ook werd geoordeeld dat de verklaring aan de sociale recherche rechtsgeldig was afgelegd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens het bezit van onroerend goed in Marokko wordt bevestigd.