ECLI:NL:CRVB:2013:BY8031
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing inkomensvoorziening wegens onvoldoende bewijs van vermogenssituatie
Appellante diende een aanvraag in voor een werkleeraanbod en een inkomensvoorziening op grond van de Wet investeren in jongeren (WIJ). Het college van burgemeester en wethouders van Rijssen-Holten wees haar aanvraag af vanwege onduidelijkheid over de omvang en herkomst van het vermogen, met name omdat in de periode voorafgaand aan de aanvraag grote geldbedragen op haar bankrekening waren gestort en weer opgenomen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep herhaalde appellante haar stellingen en voerde aan dat derden zonder haar medeweten haar bankrekening hadden gebruikt voor het parkeren van geld uit illegale activiteiten. Zij onderbouwde dit met verklaringen van haar ex-vriend en diens zakenpartner.
De Raad oordeelde dat deze verklaringen niet objectief en verifieerbaar waren en dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij niet over de gelden beschikte. De Raad benadrukte dat het voor het vaststellen van het recht op inkomensvoorziening noodzakelijk is inzicht te krijgen in de financiële situatie voorafgaand aan de aanvraag. Op grond hiervan werd het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de inkomensvoorziening bevestigd.