ECLI:NL:CRVB:2013:BY8019
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Y.J. Klik
- M.F. Wagner
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing borgstelling en periodieke uitkering wegens niet-levensvatbaar bedrijf
Appellant, een startende zelfstandige met een WWB-uitkering, vroeg borgstelling en een periodieke uitkering aan op grond van respectievelijk de SZW-borgstellingsregeling en het Bbz 2004. Het Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf (IMK) voerde onderzoek uit en concludeerde dat het bedrijf niet levensvatbaar is.
De minister en het college wezen de aanvragen af op basis van dit rapport. De rechtbank vernietigde de besluiten omdat appellant niet in de gelegenheid was gesteld te reageren op het nader advies van het IMK, maar liet de rechtsgevolgen in stand vanwege de niet-levensvatbaarheid van het bedrijf.
Appellant voerde aan dat het IMK-onderzoek beperkt en inhoudsloos was en dat de minister en het college het advies onvoldoende kritisch hadden beoordeeld. De Raad oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat appellant onvoldoende objectieve gegevens had geleverd om het oordeel van het IMK te weerleggen.
Daarom was de afwijzing van de borgstelling en de periodieke uitkering terecht. De Raad bevestigde de aangevallen uitspraken en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: De aanvragen om borgstelling en periodieke uitkering zijn terecht afgewezen wegens niet-levensvatbaarheid van het bedrijf.