ECLI:NL:CRVB:2013:BY7706
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.N.A. Bootsma
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging disciplinaire straf wegens plichtsverzuim en belangenverstrengeling bij grondverwerver provincie
Appellant, werkzaam als grondverwerver bij de provincie Fryslân, stelde zijn privéterrein beschikbaar voor de opslag van hout dat vrijkwam bij de kap van bomen voor een provinciale wegverbreding. Dit gebeurde zonder overleg met zijn leidinggevende en zonder duidelijke afspraken over het gebruik en de vergoeding van het terrein.
Het college stelde vast dat appellant hierdoor een ongeoorloofde schijn van belangenverstrengeling heeft gecreëerd, wat in strijd is met zijn integriteitsplicht. Hoewel appellant stelde dat hij de provincie kosten wilde besparen en dat er geen schade was geleden, oordeelde het college dat zijn handelen ernstig plichtsverzuim vormde.
Het college legde een schriftelijke berisping en een boete van € 1.000,- op. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. De Raad benadrukte dat het opleggen van een boete niet afhankelijk is van daadwerkelijk geleden schade en dat de straf niet onevenredig is.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de disciplinaire straf van schriftelijke berisping en een boete van € 1.000,- wegens ernstig plichtsverzuim en schijn van belangenverstrengeling.