ECLI:NL:CRVB:2013:2984
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens ernstige misdraging en weigering gesprek
Appellant ontvangt bijstand sinds 2007 en vroeg in 2010 een premie aan voor studiejaar 2010-2011. Hij werd uitgenodigd voor een gesprek met bewijsstukken, maar weigerde te verschijnen en uitte zich in zeer beledigende bewoordingen tegenover een medewerker van de gemeente.
Het college verlaagde daarop de bijstand met 5% voor een maand wegens deze ernstige misdraging, conform artikel 18 van Pro de WWB en de Afstemmingsverordening. Appellant maakte bezwaar en stelde dat hij zich passend had uitgedrukt en dat de maatregel onterecht was omdat hij ingeschreven stond bij het CWI.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit niet-ontvankelijk en ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad dat de verlaging terecht is opgelegd, omdat appellant de uitnodiging voor het gesprek weigerde en zich zeer onacceptabel uitte. Zijn beroep tegen het niet-tijdig beslissen faalt omdat het college binnen de wettelijke termijn heeft beslist.
De Raad bevestigt dat de maatregel proportioneel is en dat het recht op vrije meningsuiting niet afdoet aan de ernst van de misdraging. Er zijn geen dringende redenen om van de verordening af te wijken. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 5% voor een maand wegens ernstige misdraging wordt bevestigd.