ECLI:NL:CRVB:2013:2934
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. de Mooij
- W.H. Bel
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende verantwoording persoonsgebonden budget huishoudelijke verzorging 2008
Appellante ontving op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) een persoonsgebonden budget (pgb) voor huishoudelijke verzorging over 2008. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam stelde eisen aan de verantwoording, waaronder een schriftelijke zorgovereenkomst en betalingsbewijzen. Appellante overhandigde een factuur en een bankafschrift, maar kon niet aantonen dat het pgb conform de voorschriften was besteed.
Het college trok het pgb in en vorderde het bedrag terug wegens het ontbreken van voldoende bewijs van rechtmatige besteding. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante deels niet-ontvankelijk en ongegrond, waarbij zij de in beroep overgelegde stukken buiten beschouwing liet. Appellante stelde in hoger beroep dat deze stukken wel meegewogen moesten worden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank ten onrechte de in beroep overgelegde stukken niet heeft betrokken bij de beoordeling. De Raad stelt dat het college geen vaste gedragslijn mag hanteren die in beroep geen nieuwe bewijsstukken toelaat, tenzij dit wettelijk is voorgeschreven of strijdig is met de goede procesorde. Na beoordeling van de stukken concludeert de Raad dat appellante niet heeft aangetoond dat het bedrag van € 2.694,- rechtmatig is besteed en verklaart het beroep ongegrond.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank, veroordeelt het college in de proceskosten van appellante en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende verantwoording van het persoonsgebonden budget over 2008.