ECLI:NL:CRVB:2013:2932
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- B.M. van Dun
- H.G. Rottier
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep oordeelt over vakantiebijslag bij uitkering wegens betalingsonmacht
Appellant was sinds 1 april 2010 in dienst bij een werkgever die in mei 2011 failliet werd verklaard. Na opzegging van de arbeidsovereenkomst door de curator vroeg appellant het UWV om overname van de betalingsverplichtingen van de werkgever. Het UWV kende een uitkering wegens betalingsonmacht toe, maar hield geen rekening met de vakantiebijslag. Appellant maakte bezwaar tegen de hoogte van de uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en hechtte bijzondere betekenis aan het civielrechtelijke vonnis waarin het loon inclusief vakantiebijslag werd aangenomen. Appellant stelde in hoger beroep dat het loon exclusief vakantiebijslag was en wees op schriftelijke bevestiging van de werkgever en gegevens uit Suwinet.
De Raad oordeelde dat het UWV niet kon afgaan op het vonnis van de kantonrechter omdat daarin niet was beslist of het loon inclusief vakantiebijslag was. Uit de arbeidsovereenkomst, het verweerschrift en Suwinetgegevens bleek dat het loon exclusief vakantiebijslag was. Het UWV had ten onrechte geen rekening gehouden met vakantiebijslag en moet de uitkering opnieuw vaststellen met inachtneming van dit recht.
De Raad draagt het UWV op binnen zes weken het besluit van 10 augustus 2011 te herstellen en een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen conform deze tussenuitspraak.
Uitkomst: Het UWV moet het besluit herstellen en de vakantiebijslag meenemen in de uitkeringsberekening.